Digital O&M instellingen
Om de Digital O&M-pagina in Helios te openen, navigeert je eenvoudig:
Hoofdscherm van het PV-systeem → Asset Management → Digital O&M
Dit artikel begeleidt je stap voor stap door alle instellingen die beschikbaar zijn op de Digital O&M-pagina. Voor elke instelling vindt je:
-
een korte, eenvoudige uitleg van wat deze doet
-
op welke omvormertypes deze van toepassing is
-
praktische opmerkingen of tips voor ingebruikname en probleemoplossing
Status
Binnen het tabblad Status kun je belangrijke informatie bekijken, zoals spanningen, stromen, apparaat adressen en firmware versies voor de geselecteerde omvormer en de aangesloten monitoring stick. Met de laatste update wordt deze data nu apart weergegeven, waardoor het makkelijker is om onderscheid te maken tussen details van de omvormer en de monitoring stick.

Instellingen
In het tabblad Instellingen vind je verschillende subtabbladen waarmee je diverse configuraties kunt bekijken en aanpassen, afhankelijk van het specifieke model dat in het systeem is geïnstalleerd.
De beschikbare instellingen kunnen verschillen afhankelijk van of je werkt met een On-Grid of een hybride omvormer. Zelfs binnen dezelfde categorie kunnen bepaalde modellen unieke configuratie opties hebben waardoor de exacte menu’s en parameters die je ziet kunnen variëren.
Hybride omvormer:

Grid inverter:

Datum en tijd
In dit tabblad kun je de interne datum en tijd van de omvormer bekijken en instellen.
Gebruik de kalender om de gewenste datum te selecteren. Klik op het klokpictogram om de tijd handmatig in te stellen, of gebruik het linker pictogram om automatisch de huidige datum en tijd toe te passen. Zodra je instellingen klaar zijn, klik je op Toepassen om ze op te slaan.
Het nauwkeurig houden van de tijd is essentieel, vooral voor hybride omvormers, om ervoor te zorgen dat de schema’s voor Grid Trading (Time of Use-modus) correct verlopen. Zo kan het systeem je batterij op de meest optimale momenten opladen.

Grid

Selecteer het gewenste land en de bijbehorende net standaard. Als je specifieke parameters wilt aanpassen die bij die standaard horen, kun je dat doen in de Geavanceerde netinstellingen.
AFCI
Autarco-omvormers hebben een ingebouwde Arc Fault Circuit Interruption (AFCI)-functie, die fouten in het DC-circuit detecteert en de omvormer automatisch uitschakelt om mogelijke brandgevaarlijke situaties te voorkomen. Je kunt de AFCI-functie direct activeren of configureren in Digital O&M.
Grenswaarde voor reststroom
Stelt de drempel in voor continue monitoring van lekstroom. Kan worden aangepast om overeen te komen met de lokale elektrische veiligheidsnormen.
Vermogenslimiet
Met deze instelling wordt het maximale AC-vermogen van de omvormer beperkt tot een percentage van de nominale capaciteit. Je kunt een vaste limiet kiezen, bijvoorbeeld als je systeem groter is dan nodig en je netaansluiting het volledige vermogen van de omvormer niet kan ondersteunen. Alternatief kun je vermogensbegrenzing inschakelen op basis van verbruik met PELD (intern of extern), waarmee de vermogenslimiet dynamisch wordt aangepast aan je energieverbruik.
Vermogensfactorlimiet
Het instellen van de vermogensfactor op een omvormer bepaalt hoeveel blindvermogen deze produceert of opneemt, waardoor je efficiëntie, belastingscorrectie en netondersteuning in balans kunt brengen.
DRM-schakelaar (alleen voor On-Grid omvormers)
Stelt bediening via Demand Response Mode-signalen in.
Vermogensregeling Helling (alleen voor hybride omvormers)
Bepaalt de snelheid waarmee de omvormer zijn vermogensoutput aanpast wanneer een verandering in het percentage vermogensregeling wordt gevraagd. Een lagere waarde zorgt voor een snellere reactie, terwijl een instelling van nul de maximale aanpassingssnelheid mogelijk maakt.
Geavanceerde netinstellingen

Over-netspanning Instellingen
- Over-spanning 1 (Tussenliggende Uitschakelgrens - V1)
Spanningsdrempel waarbij de omvormer uitschakelt als deze gedurende langer dan de ingestelde uitschakeltijd wordt overschreden. (Bereik: niet hoger dan 276) -
Over-spanningstijd 1 (Tussenliggende Uitschakeltijd - V1)
De maximale tijd dat de spanning boven de tussenliggende limiet mag blijven voordat de omvormer van het net wordt losgekoppeld. (Bereik: niet hoger dan 100) -
Over-spanning 2 (Absolute Uitschakelgrens - V2)
De maximale spanning die de omvormer tolereert. Bij overschrijding schakelt de omvormer vrijwel direct uit om het systeem te beschermen. (Bereik: niet hoger dan 299) -
Over-spanningstijd 2 (Absolute Uitschakeltijd - V2)
De toegestane tijdsvertraging nadat de absolute spanningslimiet is overschreden voordat de omvormer uitschakelt. (Bereik: niet hoger dan 5)
Onder-netspanning Instellingen
- Onder-spanning 1 (Tussenliggende Limiet - V1)
Lagere spanningsdrempel waarbij de omvormer uitschakelt als de spanning gedurende de ingestelde tijd onder dit niveau blijft. (Bereik: niet hoger dan 230) - Onder-spanningstijd 1 (Tussenliggende Uitschakeltijd - V1)
Duur dat de spanning onder de tussenliggende limiet mag blijven voordat de omvormer uitschakelt. (Bereik: niet hoger dan 100) - Onder-spanning 2 (Absolute Limiet - V2)
Minimale spanning die de omvormer kan verdragen. Bij overschrijding hiervan schakelt de omvormer vrijwel direct uit. (Bereik: niet hoger dan 230) - Onder-spanningstijd 2 (Absolute Uitschakeltijd - V2)
Toegestane tijdsvertraging nadat de absolute onderspanning limiet is bereikt voordat de omvormer wordt losgekoppeld. (Bereik: niet hoger dan 5)
Over-netfrequentie Instellingen
- Over-frequentie 1 (Tussenliggende Instelling)
Frequentiedrempel waarboven de omvormer uitschakelt als deze gedurende langer dan de ingestelde uitschakeltijd wordt overschreden. (Bereik: niet hoger dan 55) - Over-frequentietijd 1 (Tussenliggende Uitschakeltijd)
Duur dat de frequentie boven de tussenliggende limiet mag blijven voordat de omvormer uitschakelt. (Bereik: niet hoger dan 100) - Over-frequentie 2 (Absolute Limiet)
Maximale frequentie die wordt getolereerd voordat de omvormer vrijwel direct of binnen de ingestelde vertraging uitschakelt. (Bereik: niet hoger dan 50) - Over-frequentietijd 2 (Absolute Uitschakeltijd)
Tijdsvertraging voordat de omvormer uitschakelt nadat de absolute over-frequentie limiet is overschreden. (Bereik: niet hoger dan 5)
Onder-netfrequentie Instellingen
- Onder-frequentie 1 (Tussenliggende Instelling)
Frequentiedrempel waaronder de omvormer uitschakelt als deze gedurende de ingestelde tijd onder de limiet blijft. (Bereik: niet hoger dan 50) - Onder-frequentietijd 1 (Tussenliggende Uitschakeltijd)
Duur dat de frequentie onder de tussenliggende limiet mag blijven voordat de omvormer wordt losgekoppeld. (Bereik: niet hoger dan 100) - Onder-frequentie 2 (Absolute Limiet)
Minimale frequentie die wordt getolereerd voordat de omvormer vrijwel direct of binnen de ingestelde vertraging uitschakelt. (Bereik: niet hoger dan 50) - Onder-frequentietijd 2 (Absolute Uitschakeltijd)
Tijdsvertraging voordat de omvormer uitschakelt nadat de absolute onder-frequentielimiet is bereikt. (Bereik: niet hoger dan 5)
Opstartlimieten
- Opstartspanning Bovenlimiet – Maximale spanning waarbij de omvormer kan starten. (Bereik: niet hoger dan 276)
- Opstartspanning Onderlimiet – Minimale spanning vereist om opstarten van de omvormer mogelijk te maken. (Bereik: niet hoger dan 230)
- Opstartfrequentie Bovenlimiet – Maximale netfrequentie waarbij opstarten is toegestaan. (Bereik: niet hoger dan 55)
- Opstartfrequentie Onderlimiet – Minimale netfrequentie waarbij opstarten is toegestaan. (Bereik: niet hoger dan 50)
Herstel-limieten
- Herstelspanning Bovenlimiet – Maximale spanning waarbij de omvormer de werking kan hervatten na een uitschakeling. (Bereik: niet hoger dan 276)
- Herstelspanning Onderlimiet – Minimale spanning vereist om de werking van de omvormer na een uitschakeling te hervatten. (Bereik: niet hoger dan 230)
- Herstelfrequentie Bovenlimiet – Maximale frequentie waarbij de omvormer de werking kan hervatten na een uitschakeling. (Bereik: niet hoger dan 55)
- Herstelfrequentie Onderlimiet – Minimale frequentie waarbij de omvormer de werking kan hervatten na een uitschakeling. (Bereik: niet hoger dan 50)
10 minuten over-spanning
10 minuten over-spanning – Definieert de maximale gemiddelde spanning die de omvormer gedurende een aaneengesloten periode van 10 minuten kan verdragen.
Als dit voortschrijdend gemiddelde de ingestelde limiet overschrijdt, koppelt de omvormer los van het net – zelfs als kortdurende, momentane pieken onder de uitschakellimieten van Over-spanning 1 of 2 blijven.
Werkmodus

De werkmodus van de omvormer bepaalt hoe deze spanning en blindvermogen beheert om de stabiliteit van het net te ondersteunen. Elke modus volgt zijn eigen regelingslogica, met instelbare parameters.
-
No Response Mode - Schakelt spannings- en blindvermogenregeling uit.
Wanneer UIT: De omvormer volgt actief het geselecteerde netcodeprofiel en levert ondersteuning voor spanning en blindvermogen.
- Volt-Watt – Past het actieve vermogen aan op basis van spanningsniveaus.
- V1 → Spanning waarop de curve begint.
- V2 → Tweede spanningspunt.
- V3 → Derde spanningspunt.
- V4 → Spanning waarop de curve eindigt.
- P1–P4 → Actieve vermogensniveaus (in % van het nominale vermogen) bij V1–V4.
- V1 en P1 → Meestal de nominale netspanning (bijv. 230 V) bij 100% vermogen.
- V4 en P4 → Overspanningslimiet waarbij het uitgangsvermogen wordt teruggebracht tot bijna 0% om het net te beschermen.
Tussen de punten interpoleert de omvormer soepel.
Voorbeeld:
V1 = 230 V, P1 = 100%
V2 = 240 V, P2 = 80%
V3 = 245 V, P3 = 40%
V4 = 250 V, P4 = 0%
- V1 → Lagere spanningsdrempel
- V2 → Ondergrens van de “deadband”
- V3 → Bovengrens van de “deadband”
- V4 → Bovenste spanningsdrempel
- Max lagging var → Maximale injectie van blindvermogen in het net (positieve vars, verhoogt spanning).
- Max leading var → Maximale opname van blindvermogen uit het net (negatieve vars, verlaagt spanning).
- Plock in / Plock out → Hysteresis-instellingen zodat de omvormer niet snel van staat wisselt bij spanningsschommelingen nabij de drempels.
-
Onder V1 → Volledig lagging vars (ondersteunt de spanning).
-
Tussen V2 & V3 → Geen verandering van blindvermogen (deadband).
-
Boven V4 → Volledig leading vars (neemt vars op om spanning te verlagen)
-
Vaste Vermogensfactor – Houdt een constante vermogensfactor, ongeacht de netcondities.
- Vermogensfactorwaarde → Bereik: -1,0 tot -0,8 (leading) en 0,8 tot 1,0 (lagging).
-
1,0 → Alleen actief vermogen, geen uitwisseling van blindvermogen.
-
< 1,0 lagging (bijv. 0,95 lagging) → Omvormer neemt blindvermogen op uit het net (helpt lage spanningen te corrigeren).
-
< 1,0 leading (bijv. -0,95 leading) → Omvormer injecteert blindvermogen in het net (helpt hoge spanningen te verlagen).
-
Vast Blindvermogen – Levert een constante hoeveelheid blindvermogen.
-
Blind Vermogenswaarde (in kVar):
-
Positieve kVar → Lagging vars (injecteren in net, verhogen spanning).
-
Negatieve kVar → Leading vars (opnemen uit net, verlagen spanning).
-
-
Voorbeeld: Blindvermogen = +2 kVar → De omvormer injecteert constant vars in het net ter ondersteuning van de spanning.
Vermogens PF – Beheert actief vermogen in samenwerking met de vermogensfactor.
- Pb → Eerste drempel van actief vermogen (% van nominale vermogen) waar PF-regeling begint.
- Pc → Tweede drempel van actief vermogen (% van nominale vermogen) waar PF de doelwaarde bereikt.
- PFc → Doel-PF bij Pc% of hoger (positief = lagging, negatief = leading).
-
≤ Pb% → PF vast op startwaarde (vaak 1,0).
-
Pb% → Pc% → PF verloopt lineair naar PFc.
-
≥ Pc% → PF vast op PFc.
Meter

Een nauwkeurige meterconfiguratie is cruciaal voor een optimale werking van het zonnestroomsysteem. In deze sectie kun je de meterfunctie, het type en andere parameters instellen (afhankelijk van het omvormermodel) om een precieze meting van de energiestromen en een naadloze systeemcoördinatie te garanderen.
24-uurs verbruiksmonitoring (alleen voor On-Grid-omvormers)
Maakt continue 24-uurs monitoring van het systeemverbruik mogelijk wanneer een meter is geïnstalleerd.
Meterfunctie (alleen voor Hybride omvormers)
Bepaalt de rol van de meter op basis van de installatielocatie. Opties zijn:
- Netmeting – Meet de energiestroom op het punt van netaansluiting
-
Belastingsmeting – Meet de energiestroom naar de verbruikers.
-
Net + PV (twee meters) – Meet zowel de netaansluiting als de PV-opwekking met behulp van twee afzonderlijke meters.
Metertype (alleen voor Hybride omvormers)
Selecteer het exacte metermodel dat is geïnstalleerd. Als het geselecteerde type niet overeenkomt met de daadwerkelijke meter, kunnen gegevens ontbreken of onnauwkeurig zijn.
CT-richting (alleen voor Hybride omvormers)
Bepaalt de oriëntatie van de CT:
-
Positief – Richting naar het net.
-
Omgekeerd – Van het net richting het systeem.
Meterverbindingstype (alleen voor bepaalde Hybride omvormers)
Geeft aan hoe de meter is verbonden met de omvormer:
-
Bekabeld – Directe verbinding met de omvormer.
-
Draadloos – Via een draadloos apparaat voor grotere afstanden.
Interne PELD
-
Failsafe → Wanneer ingeschakeld, zorgt dit ervoor dat de omvormer terugkeert naar een veilige standaardstatus bij communicatie- of regelstoringen.
-
Terugleververmogen → Stelt het toegestane exportvermogen naar het net in:
-
Voor minimale export: stel in op 0 W.
-
Voor maximale export: stel in op het nominale vermogen van de omvormer.
-
Voorbeeld:Een 3,6 kW omvormer → +3600 W
-
Voorbeeld: Een 10 kW omvormer → +10000 W
-
-
Batterij

Alle instellingen die betrekking hebben op je batterij kun je beheren onder het tabblad batterij. Hieronder vind je een gids om je te helpen deze instellingen te begrijpen en te configureren voor optimale batterijprestaties en een langere levensduur.
Batterijmodel
Kies het merk van je batterij uit de lijst. Als er geen batterij in je systeem is geïnstalleerd, selecteer dan Geen batterij.
Over Charge SOC (overladen Soc)
Hiermee stel je het maximale laadniveau van je batterij in, tussen 70% en 100% (standaard 100%). Dit helpt de batterij te beschermen tegen overladen.
Over Discharge SOC (overontladen Soc)
Dit is het laagste laadniveau dat je batterij veilig kan bereiken, van 10% tot 40% (standaard 20%). De omvormer zal de batterij niet verder ontladen om deze te beschermen. Let op dat batterijen in de loop van de tijd vanzelf wat lading verliezen, dus als je batterij lange tijd niet wordt opgeladen, kan de lading onder deze grens komen.
Force Charge SOC (forceren van laden)
Om te voorkomen dat je batterij in slaapstand gaat, zal de omvormer beginnen met opladen zodra de lading dit niveau bereikt (standaard 10%). Opladen kan via je zonnepanelen of het net, als netladen is ingeschakeld.
Force Charge Power Limit (maximaal vermogen bij forceren van laden)
Hiermee stel je het maximale vermogen in dat wordt gebruikt om de batterij tijdens het forceren van laden op te laden. Dit kan worden ingesteld tussen 300 W en het nominale vermogen van je omvormer, waarbij 500 W wordt aanbevolen voor de meeste systemen.
LET OP!
Voor de gezondheid van de batterij is het belangrijk dat de batterij opgeladen blijft, minstens boven 10%. Wanneer de OverDischg SOC (20%) wordt bereikt, stopt de omvormer de batterij met het ondersteunen van de belasting. De batterij zal zichzelf zeer langzaam ontladen tot de ForceCharge SOC (10%) in enkele weken. Wanneer dit niveau is bereikt en er geen PV-energie beschikbaar is, is een geforceerde laadbeurt vanuit het net noodzakelijk. Deze instelling moet in de omvormer zijn ingeschakeld.
Om een veilig en gezond werkbereik voor de batterij te garanderen, zorg ervoor dat OverDischg SOC (20%), ForceCharge SOC (10%), Force Charge Limitation (500 W) en “Allow charging from grid” in het Storage-tabblad correct zijn ingesteld.
Maximum laadstroom
Stelt de maximale stroom in die is toegestaan bij het opladen van de batterij.
Maximum ontlaadstroom
Stelt de maximale stroom in die is toegestaan bij het ontladen van de batterij.
Batterij ontwaakspanning
Het spanningsniveau waarbij de batterij uit de standby-modus “wakker” wordt.
Batterij ontwaaktijd
Hoe lang de batterij wacht voordat hij volledig actief wordt nadat de wekkerspanning is bereikt.
MPPT multi-piek scaninterval
Hoe vaak de omvormer zoekt naar de beste vermogenspunten in je zonnepanelen—handig als delen van je panelen beschaduwd zijn.
Batterij herstelsoc
Een speciaal laadniveau dat wordt gebruikt tijdens onderhoudscycli van de batterij om de batterij te kalibreren en de levensduur te verlengen.
Bron van eigenverbruik van de omvormer
De setting om te bepalen waar de omvermer zijn energie vandaan haalt. De opties zijn of van de batterij of het net. Bij de keuze "batterij" kan de omvormer de batterij gebruiken ook al is de batterij al op een laag %.
Parallel

Parallelvergrendeling
Wanneer je synchronisatie inschakelt, leest de datalogger (of het systeem) het parallelvergrendelingsregister en kopieert de parallelparameters van de master-omvormer naar de slave-eenheden. Zodra de synchronisatie is voltooid, wordt het register op vergrendeld gezet om onbedoelde wijzigingen te voorkomen. Wacht altijd tot de synchronisatie is afgerond voordat je instellingen wijzigt.
Modus
Kies voor Single (standalone) of Parallel werking.
Master/slave
Stel de rol van elke omvormer in. De master regelt de werkingsparameters en verzamelt de systeemsgegevens; de slaves volgen de master. De master is meestal ook het punt waar systeemmonitoring en meterdata zijn aangesloten.
Adres
Ken een uniek ID toe aan elke omvormer. De master moet ID 1 zijn. Gebruik geen adres 0. Het geldige adresbereik hangt af van je model; veel Autarco hybrid series gebruiken ID’s van 1 tot 6, terwijl sommige datalogger-opstellingen een groter bereik kunnen hebben. Controleer altijd de handleiding van je model.
Aantal omvormers
Stel in hoeveel omvormers er in de parallelle string zitten (typisch bereik: 2–6). Het systeem valideert deze instelling tijdens de inbedrijfstelling.
Opslag (alleen voor hybride omvormers)

Autarco hybride omvormers bieden verschillende opslagmodi om aan verschillende behoeften te voldoen, van het maximaliseren van eigen verbruik tot het verhandelen van energie met het net. In deze sectie worden de beschikbare modi en hun instellingen uitgelegd.
Opslagmodus
1. Eigen verbruik
In deze modus slaat de omvormer zoveel mogelijk opgewekte zonne-energie op.
Het vermogen dat je huis gebruikt, wordt rechtstreeks geleverd door de zonnepanelen.
Overschot wordt opgeslagen in de batterij.
Als er geen batterij is geïnstalleerd, kan het overschot worden teruggeleverd aan het net (als het systeem hiervoor is ingesteld).
2. Verkoop aan het net
In deze modus geeft het systeem prioriteit aan het verkopen van elektriciteit aan het net.
De batterij wordt alleen geladen of ontladen als Grid Trading is ingeschakeld en juist ingesteld.
Het doel is om de energieverkoop aan het net te maximaliseren.
De batterij wordt meestal alleen gebruikt voor korte periodes of wanneer het netvermogen niet beschikbaar is.
Schema voor verkoop aan het net
Met deze functie kun je een aangepast schema instellen voor het laden en ontladen van de batterij, gebaseerd op dagtarieven of persoonlijke voorkeuren.
Afhankelijk van het type inverter zijn er twee versies van de Time-of-Use modus beschikbaar.
Versie 1
- Time Charge Current – Bepaalt de maximale laadstroom tijdens de geplande laadmomenten.
- Time Discharge Current – Bepaalt de maximale ontlaadstroom tijdens de geplande ontlaadmomenten.
- Charge and Discharge Times – Stel maximaal 6 specifieke tijdsperiodes in voor laden of ontladen (alleen actief wanneer de Time-of-Use modus is ingeschakeld).
Versie 2
- Elke tijdsperiode heeft een eigen aan/uit-schakelaar, stroomlimiet en doel-SOC.
- Er kunnen tot 12 afzonderlijke tijdsinstellingen worden gemaakt voor gedetailleerde controle.
Laden vanuit het net toestaan
Wanneer ingeschakeld kan de inverter de batterij opladen vanaf het net om een reserve-SOC te behouden, zodat er bij een stroomstoring voldoende capaciteit beschikbaar is. Deze instelling zorgt niet voor continu opladen vanaf het net; opladen gebeurt alleen indien nodig.
Reserve batterij
Wanneer ingeschakeld houdt het systeem een deel van de batterijcapaciteit als noodreserve achter, die alleen wordt gebruikt bij een stroomstoring.
- Backup SoC – Stelt het percentage van de batterijcapaciteit in dat als reserve wordt behouden, instelbaar tussen 10% en 100%. Dit is alleen van toepassing als de Reserve Battery-functie is ingeschakeld.
Off grid mode
In Off Grid mode levert de inverter stroom volledig onafhankelijk van het elektriciteitsnet, uitsluitend uit de zonnepanelen en de batterijopslag.
Let op: deze modus kan niet worden ingeschakeld als de batterij een laadniveau (SOC) onder 30% heeft, om te voorkomen dat de batterij diepontladen wordt en beschadigd raakt.
- Off-Grid Overdischarge SOC: stelt het minimale toegestane laadniveau (SOC) van de batterij in tijdens off-grid gebruik. Kan worden ingesteld tussen 10% en 100% om te voorkomen dat de batterij te veel ontlaadt en om de levensduur van de batterij te verlengen.
Peak shaving
Peak Shaving Mode helpt de elektriciteitskosten te verlagen door de batterij te gebruiken tijdens perioden van hoge energievraag (piekperiodes). In plaats van dure elektriciteit van het net te gebruiken, ontlaadt het systeem de batterij om de piek te “shaven”. Dit verlaagt de netbelasting en zorgt voor een gelijkmatigere energieconsumptie.
- Maximaal bruikbaar netvermogen: stelt het maximaal toegestane vermogen in dat tijdens peak-shaving van het net kan worden afgenomen, instelbaar tussen 0 en 10.000 W. Deze limiet helpt de piekvraag op het netaansluitpunt te beheersen.
- Basis-SOC: definieert het batterijlaadniveau dat behouden moet blijven wanneer de maximale netinvoeding niet wordt bereikt, instelbaar van 10% tot 100%. Als de batterij-SOC onder dit basisniveau daalt en het metervermogen de “Maximaal bruikbaar netvermogen”-limiet nog niet heeft bereikt, gebruikt het systeem het beschikbare verschil om de batterij bij te laden totdat de Basis-SOC is bereikt.